ogelijk volgt u ook de NPO serie Elixer, waarin een fictief antidepressivum, ‘Aspargon’ bij verschillende jongeren leidt tot suïcidaal en agressief gedrag en tot een geslaagde suïcide. Zonder enige achtergrondinformatie of nuance wordt het betreffende middel en de producent afgebrand. NPO, ons aller publieke omroep die zorgvuldigheid in het vaandel zou moeten hebben, je moet je diep schamen.
Maar de serie maakt wel duidelijk dat er maatschappelijk onduidelijkheid, discussie en bij tijd en wijle ophef is over de effectiviteit, de veiligheid en de noodzaak van afbouwen van het gebruik van antidepressiva door jongeren. In zo’n maatschappelijk klimaat gedijt deze NPO serie.
Uit onvrede met de stemmingmakerij van de tv-serie sloeg ik de vorig jaar verschenen bijgestelde ‘Multidisciplinaire Richtlijn Depressie’ erop na en trof een tot nadenken stemmend betoog aan. Ik legde de bevindingen voor aan Peter Groot, een kritisch onderzoeker van antidepressiva.
Onderzoeksbevindingen over antidepressiva bij jongeren
In vogelvlucht hier de belangrijkste bevindingen uit de Depressierichtlijn. We spreken hier over de groep 9-18 jaar, medicatie voor kinderen onder de 9 jaar wordt niet overwogen:
• Er wordt allereerst geconstateerd dat er een groot gebrek is aan goede studies naar farmacotherapie bij kinderen en adolescenten.
• Het enige antidepressivum met enige effectiviteit voor kinderen en jongeren is Fluoxetine. In zijn algemeenheid bestaat er een hoge placeborespons en een gering verschil tussen placebo en medicatie. Dat betekent dat de aspecifieke factoren die tezamen de placebobehandeling vormen, zoals het geven van een goede uitleg, psycho-educatie, het geven van hoop op herstel, een goede therapeutische relatie en goede monitoring van de symptomen, een grote rol spelen bij de respons op SSRI’s, de moderne antidepressiva, waaronder Fluoxetine.
gemiddeld 1 op de 10 jongeren profiteert van antidepressiva
• Er is derhalve een significant verschil tussen de vrij kleine, maar significante effectiviteit van antidepressiva bij volwassenen en de geringere doch ook nog significante effectiviteit van Fluoxetine bij kinderen en jongeren. De zogenaamde NNT, het Number Needed to Treat is bij volwassenen 5 en bij kinderen en jongeren globaal 10. Het NNT is het aantal patiënten dat moet worden behandeld om éen patiënt effectief te helpen.
antidepressiva bij jongeren: balanceren tussen beperkte effectiviteit en beperkte onveiligheid
• Antidepressiva lijken de kans op suïcidaliteit bij kinderen en jongeren te vergroten, maar het bewijs hiervoor is ‘zeer onzeker’. De kans hierop is ongeveer 3 %, waarbij de kans op het optreden van suïcidaliteit bij een placebobehandeling 1 % is. Daarmee is een toename van 2 % op het conto van antidepressiva te schrijven, het zogenaamde Number Needed to Harm, de NNH is 51,5. Dat risico treedt met name op in het begin van de behandeling, reden om in die fase de cliënt en diens symptomen nauwlettend te monitoren.
Intermezzo: suïcidaliteit is een containerbegrip, daaronder vallen zowel suïcidale gedachten, als plannen, de aandrang tot suïcide, suïcidepogingen en een geslaagde suïcide. Het maakt nogal wat uit of iemand vluchtige suïcidale gedachten heeft, zogenaamde lichte suïcidaliteit, dan wel met veel wanhoop gepreoccupeerd is door suïcide, of meerdere pogingen heeft gedaan, de ernstige of zeer ernstige suïcidaliteit. In de Depressierichtlijn wordt dit allemaal onder ‘suïcidaliteit’ verstaan.
• De effectiviteit van combinatietherapie, medicatie met psychotherapie, is beter dan van enkel medicatie.
• Antidepressiva bij kinderen en jongeren worden alleen geadviseerd bij matige tot ernstige depressies. Dat hangt zeker samen met de geringe effectiviteit en het risico van ernstige bijwerkingen.
• Antidepressiva bij jongvolwassenen, 18-25 jaar, zijn globaal even effectief als bij volwassenen. Het risico van suïcidaliteit neemt vgl. de Depressierichtlijn af met het stijgen van de leeftijd.
Peter Groot
Peter Groot is een kritisch onderzoeker van met name de risico’s van afbouw van antidepressiva, hij propageert met name afbouw met de zogenaamde taperingstrips. In reactie op mijn betoog merkt hij op dat de tv serie Elixer de aandacht vestigt op het grote gevaar van te snelle afbouw van antidepressiva.
De noodzaak van afbouw bij het stoppen met antidepressiva dringt meer door
In zijn mail benadrukt hij ook het risico van suïcidaliteit, zowel bij gebruik van antidepressiva als bij te snelle afbouw. Daarbij baseert hij zich o.a. op een Australisch onderzoek uit 2020, wat concludeert dat met het stijgende gebruik van antidepressiva door de jeugd (+ 66 % in de laatste 10 jaar bij de groep 0-27 jaar) ook de suïcides in Australië zijn gestegen (+ 49 % in de laatste 10 jaar bij de groep 0-24 jaar). Dit is natuurlijk een correlatie, geen oorzakelijk verband, er zijn veel factoren die het optreden van suïcide beïnvloeden, maar het zijn onrustbarende cijfers.
De door hem aangehaalde onderzoeken, waaronder vermeld Australisch onderzoek, spreken de cijfers van de Depressierichtlijn niet tegen, maar zetten wel vraagtekens bij de conclusies daarin over de ernst van de bijwerkingen en over de wenselijkheid van voorschrijven van antidepressiva aan jongeren.
Elixer en het maatschappelijk klimaat
De bovenstaande conclusies over antidepressiva bij kinderen en jongeren maken dat behandelaars terecht voorzichtig zijn met voorschrijven, maar desalniettemin gebruiken in Nederland zo’n 10.000 kinderen tussen 8 en 18 jaar antidepressiva. Nu is een depressie potentieel een ernstige stoornis, cliënten en behandelaren kunnen echt met de rug tegen de muur staan. Toch is maatschappelijke discussie over het gebruik op zijn plaats, immers van die 10.000 kinderen ontwikkelen waarschijnlijk zo’n 200 kinderen een vorm van suïcidaliteit, vaak in het begin van de behandeling. Dat is een aanzienlijke prijs voor een behandeling met een beperkte effectiviteit. Het is aan de wetenschap om de feiten aan te leveren, maar aan de maatschappij om minstens mee te praten over de afweging van voor – en nadelen van de behandeling met medicatie. Het is een gemiste kans van de NPO om dit debat te voeden met een stevige, zorgvuldige en informatieve serie.
Bert Vendrik, 2025